VRIJE OMGANG MET SCHERING & INSLAG |
||
Erna van Sambeek’s werk toont divers, zowel twee- als driedimensionaal werk in verschillende materialen en technieken. Toch is er een overeenkomst: er is gebruik gemaakt van textiel als materiaal, en/of van textiele technieken als borduren, breien, knopen, weven en binden. Van Sambeek zet deze technieken zo in, dat zij buiten hun gebruikelijke context treden. Zij rekt daarmee de grenzen op van wat je nog textiel kunt noemen, zoals in het werk ‘Klein venijn’, waarin spelden op een paspop het kanten jurkje vormen. Daarmee levert zij tegelijk commentaar op het begrip textiel als zodanig. De traditionele vrouwelijke connotaties ervan tast zij door haar materiaalkeuzes doelbewust aan. Dit sluit aan bij haar thematiek: menselijke verhoudingen en man/vrouw kwesties. Een onderliggende leidraad is daarbij Van Sambeek’s gevoel voor contrasten en het streven tegengestelden met elkaar te verzoenen in een werk. Dit is onder andere herkenbaar in de werken van prikkeldraad en scherven: porselein, gedecoreerd met roosjes, maar in scherven, tot een tapijtje geknoopt met ijzerdraad - scherp, puntig, gelijktijdig verwijzend naar liefde en agressie, geluk en gevaar. Van Sambeeks uitgangspunt is vaak een gevonden voorwerp of een alledaags object: boodschappenbriefjes, hoofdkussens, de kaart van Nederland, bloemetjesstof. Deze herkenbare dingen bewerkt zij of voert zij uit in een ander materiaal en een techniek. Zo ontstaan werken die aan de ene kant heel herkenbaar zijn en tegelijkertijd nieuwe associaties oproepen. Veel werken ogen lichtvoetig maar hebben een betekenisvolle, soms dreigende ondertoon. Annechien Verhey.
|
||